Casus Finn:

Finn is een achtjarige jongen met extreem veel woedeaanvallen. Deze woedeaanvallen gaan gepaard met agressie en fysiek geweld. Vooral zijn moeder, die de dagelijkse zorg over hem heeft, moet het vaak ontgelden. Naast de woedeaanvallen heeft Finn ook nog een angststoornis waar hij medicatie voor gebruikt. Een team van medici, waaronder een kinderarts, een psycholoog en een psychiater onderzoeken de problematiek van Finn, maar kunnen niet tot een bevredigende oplossing komen. Het gedrag van Finn wordt – ondanks de verhoging van de medicatie met Risperdal – haast niet meer te controleren. Finn heeft thuis begeleiding bij de dagelijkse zaken, zoals het opstaan en het naar bed gaan, om de ouders gedeeltelijk te ontlasten. Thuis vertoont Finn claimgedrag en durft hij niet alleen in een ruimte te verblijven. De heftige stemmingswisselingen van Finn zijn erg vermoeiend voor de ouders, omdat het kind binnen een paar seconden zo kan omslaan qua gedrag dat er dan met hem geen land te bezeilen is. Hij laat verschillende persoonlijkheden zien waarvan het gedrag erg uit elkaar ligt. Gamen, een boekje voorlezen of zijn huisdieren kunnen hem rustig maken. Zijn ouders besluiten dan ook om de dolfijnentherapie te volgen, ondanks het feit dat ze bijna alle mogelijke therapieën al hebben gevolgd. Tijdens het bezoek aan het Dolfinarium wordt door één van de medewerkers erop gewezen dat Finn waarschijnlijk meer waarneemt dan een ander kind. De medewerker noemt mijn naam als mogelijke hulpverlener en de ouders van Finn melden hem aan met gemengde gevoelens.

De ouders van Finn aan het woord:

Het ging niet goed met onze zoon op zeer jonge leeftijd (2 jaar) en we zijn met hem naar de huisarts gegaan voor de vele tics en het steeds weer herhalen van handelingen, hetgeen door de arts betiteld werd als stereotiep gedrag.

We kregen een doorverwijzing naar de kinderarts om het verder te laten onderzoeken.

Na verschillende onderzoeken werd de diagnose epilepsie(absence) gesteld. Dat zijn korte uitvallen van een paar seconden en tijdens deze aanvallen komen er vaak automatische bewegingen en handelingen voor.  Ook werd er Gilles de la Tourette gediagnosticeerd,  wat in zijn geval inhoudt dat er sprake is van bepaalde soorten tics. Medicatie werd voorgeschreven en we bleven onder controle.

Binnen de kortste keren veranderde ons mannetje hierdoor in een zombie en we kenden hem niet meer terug. Helaas werden de problemen hierdoor niet opgelost, maar werden zelfs erger en de volgende doorverwijzing was dan ook een psycholoog en vervolgens een psychiater. Uiteindelijk werd hij ter observatie opgenomen.

Na zes maanden observeren in de leefgroep en op de speciale observatieschool waar ik slechts twee keer per week naar mocht bellen, mocht hij weer thuis komen wonen. Zes maanden later kregen we hem mee met een nieuw stempeltje erbij: klassiek autisme.  Voor zijn angsten kregen we medicatie voorgeschreven en de psychiater diagnosticeerde verwerkingsproblematiek en dat had te maken met het verwerken van informatie: Finn kan slecht schakelen van het een naar het ander.

In onze omgeving moesten we op zoek naar speciaal onderwijs en wel een cluster-vier-school. We kregen wel ondersteuning van het ambulante autisme-team (AAT). De onderzoeken waren weer in volle gang en weer werd er een diagnose gesteld: Sensorische Integratie stoornis (SI), wat inhoudt dat zijn zintuigen en hersenen anders werken dan gebruikelijk.

Een voorbeeld om maar even te noemen is: als hij zijn pink breekt, geeft hij dat niet aan en ervaart hij dit allemaal anders.

Finn kreeg speciale oefeningen voor zijn hand- en oogcoördinatie. Omdat we als ouders graag zoveel mogelijk informatie wilden hebben, gingen we ons in de literatuur verdiepen, maar ook cursussen en lezingen volgen. ‘Wat is autisme’ was één van de cursussen. Ook lazen we elk boek wat maar informatie kon geven over de diagnoses die er gesteld werden.

Pictogrammen werden ingevoerd om Finn meer duidelijkheid te geven. Maar ook structuur en regelmaat. Toen we volgens de ‘Geef me de vijf-methode’ gingen werken, hoopten we dat Finn niet alleen zijn zelfstandigheid zou krijgen, maar ook dat er eindelijk rust zou komen voor ons gezin. Tijdens deze training werd niet de aandacht op het ongewenste gedrag gelegd, maar op de oorzaak van het gedrag.

Helaas kreeg hij alleen maar nog meer medicatie en namen de problemen steeds meer toe. Vooral de woede- en angstaanvallen werden erger. Ook de tics namen toe, wat resulteerde in nog meer medicatie. Daar kwam nog bij dat Finn altijd moe en onrustig was, hoofdpijn had en buikklachten. De psychiater kwam met het voorstel om hem uit huis te plaatsen, zodat hij een nog meer prikkelarme omgeving kreeg. We schrokken hiervan, omdat in die tijd net in de media aan de orde kwam dat kinderen in dit soort instituten vastgebonden werden en dat wilde ik mijn kind niet aandoen. Dolfijnentherapie was de volgende stap en we zagen eindelijk een positieve verandering. Hij leerde zich ontspannen en met zijn problemen omgaan en hij zou leren communiceren. Moeilijk, want met een taal- en spraakachterstand leer je dat niet zomaar. In Harderwijk kregen we het advies om contact te zoeken met Bénazir, omdat Finn meer kon waarnemen dan wij. En we waren bereid om van het reguliere pad af te stappen, ook al vonden we dit een sprong in het diepe.

De ontmoeting:

Na de aanmelding  heb ik telefonisch contact met moeder en moet helaas constateren dat hun huis geteisterd wordt door zwarte entiteiten en de bewoners dus ook. We spreken een datum af waarop we het huis zullen bezoeken om hier een einde aan te maken. Als we komen slaapt Finn nog, want hij heeft de nacht ervoor een zeer onrustige nacht gehad. Als hij weg is, kunnen we beginnen met het huis te reinigen. Het is een enorme klus, omdat het niet alleen een groot huis is, maar ook omdat het aantal entiteiten ver boven het gemiddelde uitkomt. De heftigste concentratie zit in de slaapkamer van Finn. Ook bevindt zich daar het etherisch venster, dat wil zeggen: de ingang die een huis heeft voor wat men noemt de andere wereld.

Na een meer dan twaalf uur durende klus, komt Finn weer naar huis. Hij is erg onrustig en gaat bij deze ontmoeting meerdere malen over de grenzen van zijn ouders heen. Dit kenmerkt zich door baldadig gedrag: het vernielen van een stoel en het omvertrappen van een plantenbak. Omdat ik vooraf al met de ouders gesproken heb en aangegeven heb dat er ook een pedagogisch probleem is, heb ik toestemming om adviezen te geven. Dit doe ik waar Finn bij is en dat accepteert hij absoluut niet. Hij begint te razen en te tieren en deinst niet terug voor fysiek geweld. Ik laat de ouders ook ingrijpen en Finn eist van zijn ouders dat ik vertrek. Finn presteert het om zelfs bijna een minuut oogcontact met mij te hebben in een poging om mij met zijn boze blik te imponeren en dit herhaalt hij diverse malen. Finn is allesbehalve dom en bovendien erg manipulatief. Urenlang duurt dit gevecht en uiteindelijk legt hij zich erbij neer als de ouders hem duidelijk maken dat zijn gedrag niet gewenst is. Alle informatie komt direct aan bij hem en hij reageert er ook op.

Als hij op bed ligt, gaan we dieper in op het pedagogische probleem. De ouders hebben vele hulpverleners over de vloer gehad en telkens moesten ze hun opvoeding richten naar hun adviezen. Vaak waren deze adviezen tegenstrijdig met elkaar, hetgeen enorm veel onduidelijkheid teweeg bracht bij Finn. Doordat hij paranormaal is en onder invloed van een huis dat niet fijn aanvoelt -op z’n zachts gezegd – werd zijn negatieve gedrag vele malen versterkt. Fysiek geweld tegen zijn ouders kwam veelvuldig voor. Maar wat ook een struikelblok vormt, is het feit dat hij telepathisch is en regelrecht informatie uit het onderbewustzijn van mensen kan halen. Dit zorgt voor de nodige problemen, omdat hij deze informatie gebruikt om zijn zin te kunnen krijgen. Soms krijgt hij zoveel informatie binnen dat hij verward raakt er druk en onhandelbaar gedrag ontstaat.

We maken een plan van aanpak dat vooral duidelijkheid moet verschaffen aan Finn. Er zullen grenzen worden gesteld aan hem en als hij over de grenzen heen gaat, zullen er – na korte waarschuwingen -sancties volgen. In zijn geval worden zijn drie snoepjes verminderd naar twee, of – naar gelang de ernst van de grensoverschrijding – wordt zijn computertijd verminderd. Hij is namelijk dol op computerspelletjes. In de vroege ochtenduren vertrekken we richting ons hotel.

Reactie van de ouders na twee weken:

Nog hartelijke dank dat jullie bij ons zijn geweest. Onze ogen zijn geopend en we zien nu ook een ‘slimme’ Finn. Ik deed veel af onder de noemer: hij doet zo door zijn autisme. Door de vele adviezen die we van hulpverleners gekregen hebben, zijn we het spoor een beetje kwijt geraakt.

We hebben hem deze week heel anders aangepakt en hij vindt ons nu heel erg streng.

We hanteren de regel: als hij slaat of schopt krijgt hij een waarschuwing en de tweede waarschuwing betekent een snoepje minder of de computertijd wordt verminderd. Dit heeft – zoals je al voorspelde  – één week geduurd voordat hij zich overgaf. Nu heeft hij de nieuwe regels door en luistert beter en is veel beter te sturen. Dus we hebben super hard gewerkt samen en dat kost veel energie. Maar het geeft ook een goed gevoel: dat we hem beter aankunnen. Finn gaat nu zelfs alleen naar boven toe en naar de wasruimte, hetgeen hij eerst niet durfde.

Hij is vrolijker en blij in plaats van boos en bang. Het slapen ging de eerste paar dagen niet goed.

Hele nachten heeft hij wakker gelegen. Dat gaat nu ook langzaam wat beter.

En hij klaagt niet meer over hoofdpijn en buikpijn en dat was voorheen de hele dag zo.

Vanmorgen begon de ambulante autisme-begeleider weer bij ons en het viel haar op dat Finn zo goed eraan toe was. Dus we zijn erg tevreden en positief over alles.

Herhaalbezoek na een maand:

Het gedrag van Finn is enorm veranderd. Het plan van aanpak werpt zijn vruchten af. Samen met moeder nemen we enkele praktische zaken door waar ze als ouders tegenaan lopen. Moeder beleeft nu ontroerende momenten  met haar zoon. Hij maakt regelmatig oogcontact en vertelt ook dat hij het nu wel fijn vindt dat zijn ouders duidelijker zijn. Ook de school waar Finn zit merkt dat hij nu veel opgeruimder is. Wat voor een ander ogenschijnlijk kleinigheden lijken, betekent in dit gezin een wereld van verschil. Nu kunnen ze genieten van hun zoon Finn die eindelijk veiligheid, duidelijkheid en rust heeft gevonden. Finn heeft een thuis.

Informatie:

Etherisch venster:

Een doorgang waar entiteiten een woning binnen kunnen komen. Dit hoeft geen raam of deur te zijn. Het kan ook een plek zijn midden in de kamer. Elk huis heeft een etherisch venster. Door een filter op het venster te plaatsen, wordt het voor zwarte entiteiten moeilijker om naar binnen te komen. Witte entiteiten kunnen te allen tijde in het huis, omdat zij een taak hebben. Ze zorgen voor de bescherming van de personen, maar het kunnen ook gewoon overleden dierbaren zijn die even een kijkje komen nemen.

Als er een filter op het venster geplaatst is, voelt het krachtig aan. Je voelt de energie dan op die plek door je lichaam stromen en je kunt dan een gevoel van warmte of tintelingen waarnemen als je in het venster gaat staan. Als een etherisch venster ‘schoon’ is, voel je energie door je lichaam heengaan als je in het venster staat. Het is te vergelijken met een soort warme golfstroom die door je lichaam heen gaat. Door daar te gaan zitten of staan kun je opladen en je energieniveau verhogen. Velen gebruiken dat als rustpuntje om even bij te komen van een zware dag bijvoorbeeld.