Tijdens mijn telefonisch spreekuur voor hulpaanvragen vanuit het buitenland kom ik in contact met Melinda. We bellen via Skype omdat het een prettig communicatiemiddel is. Het makkelijke daarvan is dat ik ook meteen zie wie ik aan de andere kant van de lijn heb, waardoor telepathisch communiceren voor mij nog makkelijker is. Melinda heeft een dochter van elf jaar en daar maakt ze zich enorm veel zorgen over. Babs is een erg stil en teruggetrokken kind en ze sluit zich vaak op in haar kamer. Qua opvoeding geeft ze geen problemen. Sterker nog: ze valt binnen het gezin helemaal niet op. Op school heeft ze wel vriendinnen en ze wordt regelmatig gevraagd om iets gezelligs te doen, maar haar hele uitstraling laat zien dat ze diep ongelukkig is. Als je haar vraagt wat er aan de hand is, dan kan ze het zelf niet benoemen. Melinda wil heel graag weten waarom haar dochter zich zo voelt en daarom heeft ze contact gezocht.

Op het scherm van mijn notebook zie ik Babs en naast haar zitten haar ouders. Eerst praat ik een paar minuten over het leven in Aruba waar ze woont en dan leg ik haar uit wie ik ben en wat ik doe. Als ze te horen krijgt dat ik gedachten kan lezen, schrikt ze. Ik ben inmiddels wel aan deze reactie gewend, omdat iedereen zoiets heeft van: jeetje, nu kan ze door me heen kijken. Dat het toch iets anders werkt leg ik haar uit en ik vertel haar dat ze al in een razendsnel tempo met mij op telepathische wijze heeft gecommuniceerd. Ze is enorm verbaasd en vraagt wat ik dan van haar weet. Dit is een opening waar ik op heb gewacht en ik begin te vertellen.

De leegte van Babs heeft voor haar geen duidelijke oorzaak. Ze zoekt wel op diverse manieren hoe ze dit kan opvullen, maar de verzadiging is slechts tijdelijk. Ze verzamelt allerlei zaken en kan maar moeilijk afstand doen van spullen. Zelfs babyspeelgoed waar ze niet meer mee speelt, kan ze niet wegdoen. Haar ouders drijft het vaak tot wanhoop, omdat ze niet weten waarom ze zo’n verzamelaar is. Ze hebben het materieel goed en Babs heeft nooit tekorten ervaren waardoor dit gedrag verklaarbaar had kunnen zijn. De eenzaamheid die ze heeft, lijkt ook alleen maar groter te worden. Ze verliest zelfs de zin in het leven, maar kan niet uitleggen waarom ze zich zo voelt. Hulpverleners kunnen ook geen oorzaak vinden.

Binnen een paar minuten laat Babs me zien waar haar leegte vandaan komt. Ik wil het onbewuste bewust maken, maar ik heb wel te maken met een kind van elf jaar. Daarom besluit ik om  dit eerst even alleen met haar ouders te bespreken. Het wordt wel even verwarrend voor Babs, omdat ze nu midden in het gesprek de kamer moet verlaten. Ik vertel dat ze heeft laten zien dat ze er één van een tweeling is en dat het tweede vruchtje rond de zestiende week afgestorven is. De ouders reageren geschokt: ze wisten dat Babs er één van een tweeling was, maar dat dat de oorzaak is van haar eenzaamheid, dát hadden ze nooit gedacht. Ze willen wel allebei dat ze dit weet en Babs wordt weer binnen geroepen. De ouders willen dat ik haar uitleg waar de eenzaamheid die ze voelt vandaan komt.

Op het moment dat ik benoem dat ze het gevoel heeft niet compleet te zijn en uitleg waar dat gevoel vandaan komt, is ze erg geëmotioneerd, maar ook opgelucht. Het feit dat ze weet waarom ze zich zo voelt, geeft een enorme rust. We spreken af dat we elkaar over een paar dagen weer Skypen en dat ze samen met haar ouders gaat proberen dit een plekje te geven door erover te praten.

Een paar dagen later heb ik Babs weer aan de lijn. Samen met haar ouders heeft ze haar ongeboren zusje een plek gegeven in het gezin. Ze hebben op internet laten zien hoe een vruchtje van zestien weken eruit ziet en ze hebben het tweelingzusje ook een naam gegeven. Babs heeft samen met haar ouders nogal wat traantjes weggepinkt en het heeft hen enorm dicht bij elkaar gebracht. Als een bloem is ze open gegaan en zelfs haar omgeving valt het op. Ze is er veel mee bezig, maar de grote leegte lijkt nu opgevuld. De eerste zwangerschapsfoto van haar moeder heeft ze in een lijstje geplaatst. Tijdens het gesprek schiet ze weg om het te halen en enthousiast roept ze: “Kijk, Britt en ik, samen in ons ballonnetje. Vind je niet dat we op elkaar lijken?” Ik schiet in de lach en zeg: “Kan ik niet zien, want ze ligt met haar rug naar me toe.” Babs en haar ouders lachen smakelijk hierom en ik geniet van wat ik op mijn beeldscherm zie: een blije Babs.