Een mens is vanaf zijn geboorte een beelddenker d.w.z. dat men in beelden denkt i.p.v. woorden.
Na het vierde levensjaar wordt men min of meer gedwongen om over te stappen naar een ander denkproces, namelijk begripsdenken(= woorddenken).
Slechts een zeer kleine groep kan niet wennen aan dit denkproces en blijft zijn informatie verwerken via beelden. Met hetoverstappen naar het andere denkproces gaat ook de verwerkingssnelheid van ons denkproces eigenlijk achteruit. Als we in beelden denken dan kunnen we gemiddeld 32 beelden per seconde verwerken. Met woorden is dat slechts 2 per seconde.
Als we naar school gaan, leren we stapsgewijs denken door middel van woorden. Dit denken in taal veroorzaakt ook dat we het totale overzicht verliezen en eraan gewend raken om van a naar b te werken.

Een hele kleine groep kan de overstap niet maken naar dit denkproces en krijgt daardoor ook problemen in het onderwijs, dat gericht is op begripsdenkers.
Men denkt daardoor ten onrechte dat de lesstof het probleem is, maar het is de manier van lesgeven die voor problemen zorgt.
Door een simpele aanpassing te maken en het kind de stof in beelden aan te bieden, zal het probleem verholpen kunnen worden. Dit kan door een individueel programma op de computer of tablet.

De leerling blijft zijn beelddenkende talenten behouden en zijn zelfvertrouwen zal ook toenemen.